Stellendam

Wij woonden in Hilversum, de familie van mijn moeder woonde in Stellendam, op Goeree-Overflakkee. Zeker twee keer per jaar gingen we daar op bezoek. Eerst met de trein naar Rotterdam, daarna met de tram naar Hellevoetsluis, dan met de veerboot naar Middelharnis, en tot slot met een gelede bus van de RTM naar Stellendam. Later maakten we deze reis per auto. De vader van mijn moeder was machinist op de reddingboot.



Stellendam, circa 1954. Mijn broer Leo en ik bij onze overgrootouders in Stellendam. Ik zit op schoot bij Gerrit van Gelder, die vuurtorenwachter in Renesse is geweest. Later vroeg men hem om op de vuurtoren van Ouddorp te gaan werken, maar omdat hij vlak voor zijn penisoen zat heeft hij dat afgeslagen. Hij is in Stellendam gaan wonen, waar hij de havenlichten bediende: 's avonds aansteken en 's ochtends weer uit. Waarschijnlijk heeft hij toen ook nog weleens dienst gedaan op een lichtschip. Hij voer soms ook mee als "opstapper" op de reddingboot van Stellendam. Mijn overgrootvader is 96 jaar geworden.


 

Deze foto's zijn in 1959 gemaakt, in het huis van mijn oma aan het Spuipad in Stellendam. De typemachine is van ome Henk, die met tante Jo inwoonde bij mijn oma. Hier legde ik de eerste hand aan mijn memoires. Mijn zusje Carina kon toen nog niet lezen maar wel typen.


 

De "Koningin Wilhelmina" in de haven van Stellendam; in de achtergrond de molen. Op de tweede foto de bemanning van deze reddingboot, omstreeks 1928. Staand: Bas de Blok (stuurman), Leen de Jager (machinist), Arie de Jager (opstapper), Bram Troost (opstapper) en Willem de Jager (schipper). Zittend Izaak de Rijcke (machinist). Leen de Jager was mijn grootvader, Arie en Willem waren twee broers van hem.


 

Een portret van mijn grootvader Leen de Jager, die machinist was op de reddingboot van Stellendam. Hij is in 1951, kort na mijn geboorte, overleden. Mijn tweede voornaam, Leendert, heb ik van hem. Knipsel: de "Koningin Wilhelmina" maakt een proefvaart op de Noordzee.


Vogelfluglinie, 10 september 2010. Tussen Puttgarden en Rødby varen veerschepen waarmee ook treinen worden vervoerd. Wie met de trein van Duitsland naar Kopenhagen wil, kan kiezen tussen twee grensovergangen: Flensburg of Puttgarden. In het laatste geval is een boottocht nodig. De trein gaat mee, maar tijdens de overtocht mag je er niet in blijven zitten. Het is namelijk de bedoeling dat je taxfree gaat shoppen aan boord. Na drie kwartier ga je weer in de trein zitten en vervolg je je reis. De schepen varen twee keer per uur, 24 uur per dag. Er zijn echter plannen om een brug aan te leggen, waarmee een eind zal komen aan deze in 1963 in gebruik genomen veerverbinding.
Mijn laatste Deense geld heb ik gestopt in de spaarpot van de Deutsche Gesellschaft zur Rettung Schiffbrüchiger.
Als afstammeling van een familie van reddingswerkers is dat voor mij een vanzelfsprekendheid.


De molen van Stellendam in 1970, gefotografeerd vanuit het huis van mijn grootmoeder. Deze stellingmolen heet "Korenlust". De molen is gebouwd nadat de voorganger (anno 1821) door een orkaan in november 1838 van zijn fundamenten was geschoven. Ook werden onderdelen van de oude molen opnieuw toegepast in de huidige molen. Tot omstreeks 1927 had de molen ook onder de stellingzolder een pelsteen. Hieraan herinnert nog de overgebleven pelkist. Met de molen werd door de molenaarsfamilie Nachtegaal tot 1957 en daarna tot 1961 door de eigenaar S.J. Later op commerciële basis graan gemalen. In 1961 werd de molen aangekocht door de gemeente Stellendam en in 1964/1965 gerestaureerd. In 1988 ging het eigendom van de molen over op de Molenstichting Goeree-Overflakkee, die aan de molen in 1990 en 1994 restauraties liet uitvoeren.


Tramstation Stellendam (prentbriefkaart collectie Carina Spilt).


Inwoners van Stellendam in een tram op Goeree-Overflakkee, omstreeks 1943
(foto Co van Gelder, een broer van mijn oma uit Stellendam).


"Groeten uit Stellendam", toegestuurd door mijn oom Adrie die in Stellendam is geboren. Een trein heeft nooit op Goeree-Overflakkee gereden, alleen trams van de RTM. En de Stellendamse molen is wit.


Oude vissershaven van Stellendam (kerstkaart 2006, Adrie en Hester de Jager)


Adrie de Jager, broer van mijn moeder, is in oktober 2011 met pensioen gegaan. In Stellendam is een weg naar hem vernoemd. Bron: Eilandennieuws, 14 oktober 2011.



Herinneringen aan de oorlog in Stellendam

"Het was vroeg in de morgen van de 10e mei 1940. Ik werd wakker toen mijn vader op de slaapkamer van mij en mijn 3 jaar jongere zusje uit het raam kwam kijken. We stonden meteen naast hem om ook te kijken naar de vliegtuigen die veel lawaai maakten en zo laag vlogen dat je de zwarte hakenkruisen goed kon zien."

Zo begint het verhaal dat mijn moeder schreef op de website van de Stichting WO2 Goeree-Overflakkee. Een stichting die zich inzet om de geschiedenis van dit eiland tijdens de Tweede Wereldoorlog te bewaren voor de volgende generaties.




Zeeuws meisje

Vroeger kwam ze ons vertellen dat we geen cent te veel moesten betalen. Tegenwoordig vindt ze haar gezondheid belangrijker dan geld. Dat heeft ze van haar vader: die vaart op een reddingboot en gebruikt dus Becel.

Ook ik heb reddingwerkers in mijn familie. Mijn overgrootvader Adriaan de Jager heeft aan het begin van deze eeuw gezorgd dat Stellendam een eigen reddingboot kreeg. Verschillende van zijn zoons voeren ook mee.

Mijn grootvader Leen de Jager was machinist. Die kon de dieselmotor repareren, al lag de boot bij windkracht 12 op zijn kop in zee en was het licht uitgevallen. Zijn broer Arie de Jager handelde, als hij even geen mensen moest redden, in olie en gas. Ik zie hem nog door Stellendam lopen, een oude man met twee flessen butagas op zijn schouders.

In het dorp woonde ook mijn andere overgrootvader, Gerrit van Gelder. Die heeft regelmatig op de reddingboot meegevaren als ‘opstapper’. Hem zag ik altijd bezig in zijn tuin, op zijn klompen de volvette klei omspittend; hij is er 98 mee geworden.

Stuk voor stuk mannen die aan één jasje niet genoeg hadden als ze al hun medailles wilden opspelden. Dacht u dat die ‘s ochtends Becel en halvajam op hun crackertje smeerden? Neen, die aten dikke boterhammen met gebakken eieren, of bruine bonen met spek. En natuurlijk gebakken vis waar de verzadigde vetten van afdropen.

Geschreven in januari 1999, naar aanleiding van irritante Becel-reclames. Niet eerder gepubliceerd.



Al staat de zee ook hol en hoog.... Fragmenten uit de historie van de reddingstations op Goeree. Door Henk Koppelaar. Uitgave van de Koninlijke Nederlandse Redding Maatschappij, IJmuiden 1998. ISBN 9090118217. Onder andere aandacht voor de reddingboot van Stellendam, waar mijn grootvader en twee van zijn broers op hebben gevaren. Op het omslag Willem de Jager, een van de broers van mijn grootvader Leen de Jager.


Sporen door het water. De Nederlandse Spoorwegen en de Watersnoodramp van 1953. Door Jan Matthijssen. Uitg. Stichting Rail Publicaties, 1993. ISBN 9071513114.

Op het omslag een foto van de "Badkuipspoorweg" door de ondergelopen Kruiningerpolder. Alleen tijdens eb konden hierover treinen rijden van het vasteland naar Zuid-Beveland.

De Watersnoodramp heeft ook mijn familie aan moederskant in Stellendam niet onberoerd gelaten, gelukkig zonder slachtoffers.



Zie ook:

Websites:




vorige       start       omhoog