|
Hieronder ook twee artikelen uit De Limburger waaraan ik een bijdrage heb geleverd.
|
|
|
|
|
De Limburger, 15 februari 2010. Hoe kan een trein 'n stuk zonder stroom rijden? (klik op plaatje) |
|
|
|
De Limburger, 13 juni 2008. Waar haalt een trein zijn stroom vandaan? (klik op plaatje) |
|
Het jongenselektriciteitboek. Door Leonard de Vries. De Bezige Bij, Amsterdam. Derde druk, October 1948. Op het omslag een hoogspanningsgenerator. In het boek worden de beginselen van de elektriciteit uitgelegd, onder andere aan de hand van proefjes die jongens zelf kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld het bouwen van een booglamp. Daarvoor gebruik je twee koolstaven die je uit een batterij haalt. Die monteer je op een grondplaat van hout of, wat nog beter is, asbest. Vervolgens sluit je de koolstaven aan op het stopcontact. Wel in serie met een elektrisch kacheltje, anders slaat de zekering door. Let op dat je alleen de geïsoleerde onderdelen aanraakt, anders zou je een gevoelige schok kunnen krijgen. Ja jongelui van de achterbankgeneratie: zo experimenteerden jongens in 1948! Ik kocht dit boek in 2011, maar in mijn jeugd deed ik zelf proeven uit het hieronder genoemde boek. |
|
|
|
Elektriciteit thuis. Door Adrie en Geert van Oorschot. Uitg. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1959. Een boek voor jongens die alles van elektriciteit willen weten, dus voor jongens zoals ik. Ook treinen worden behandeld; natuurlijk alleen elektrische treinen, maar er wordt ook een en ander uitgelegd over seinen en over het elektrisch lassen van spoorrails. Een van de broers die het boek schreven, was geregeld te zien op televisie. Ik herinner me een uitzending waarin hij op het station van Hilversum liet zien wat een mens zou kunnen als hij relatief net zo sterk was als een vlo: hij zou dan een trein kunnen trekken. Dat lukte hem nog ook, zij het dat hij een klein beetje werd geholpen door een locomotor achter de trein... |
|
|
Kleurenblindheid was vroeger een probleem voor elektriciëns: tot circa 1970 gebruikte men groene en rode stroomdraden, die bepaald niet mochten worden verwisseld. Deze kleurcombinatie is later vervangen door bruin en blauw. De fasedraad (waarop spanning staat) is bruin, in oude installaties groen. De nuldraad (die ook gevaarlijk kan zijn!) is blauw, in oude installaties rood. In lichtschakelaars wordt de bruine draad onderbroken; de stroom gaat daarna verder via een zwarte schakeldraad. Naar een lamp lopen dus een zwarte en een blauwe draad, naar een stopcontact lopen een bruine en een blauwe draad. Aarddraad is geel/groen, in oude installaties wit of grijs. |
Zie ook: