|
|
|
Mijn belangstelling voor het heelal moet op 15 februari 1961 zijn gewekt, toen ik met de klas van juffrouw Monsma op het schoolplein naar een zonsverduistering keek. Dat was een flinke verduistering (ongeveer 90%). We keken ernaar door beroete glaasjes. Aan de zonsverduistering van 1954 heb ik geen herinneringen. Het latere genie staat op deze twee foto's, gemaakt op het schoolplein van de Dr.ir. C. Lelyschool in Hilversum. |
|
Rechtstreeks naar de zon kijken moet je alleen doen met behulp van een eclipsbril of lasbril. Je ogen kunnen anders onherstelbaar worden beschadigd. Andere manieren (kijken door een zwart negatief of door een cd-rom) zijn gevaarlijk. In juli 1999 schreef Esther Rosenberg, verslaggever van NRC Handelsblad, hoe je andere manieren dan een eclipsbril kunt testen: "De straling moet zo sterk verzwakt zijn dat een keurig scherpe zonneschijf te zien is, in plaats van een felverlichte vlek." Toen ik haar mailde dat ik dat wel een gevaarlijke methode vond - want wat als deze test mislukt, dan kost het je wel je ogen - kreeg ik als antwoord dezelfde zin uit dit artikel teruggemaild. Gelukkig heeft NRC Handelsblad ook minder domme redacteuren in dienst. |
|
|
|
|
Franeker, 27 juli 1970. Het vroegere woonhuis van Eise Eisinga, waarin hij een planetarium heeft gebouwd. Het mechanisme, grote houten tandwielen, bevindt zich op zolder. Mijn zus en ouders luisteren naar de uitleg van de curator. |
|
Planetarium Franeker. Tweede druk, 1959. De ontstaansgeschiedenis en werking van het planetarium wordt in dit boekje beschreven. Aanleiding voor de bouw was de paniek die onder de Friese bevolking was ontstaan over een merkwaardig hemelverschijnsel op zondag 8 mei 1774, toen de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter met de maan samen in het hemelteken Aries-Ram stonden. Volgens een lokale predikant zou als gevolg hiervan de wereld vergaan. Eise Eisinga besloot toen om een planetarium te bouwen om zijn tijdgenoten een beter inzicht in de loop van de hemellichamen te geven. In 1781 was het planeterium gereed. Het werkt nog steeds en kan worden bezichtigd, op loopafstand van station Franeker. |
|
|
|
|
Eerstedag-envelop, 20 september 1981. 200 jaar Planetarium Franeker, 1781-1981. |
|
|
|
Radiosterrenwacht Dwingeloo, juli 1968. In de auto (Scaldia) zit mijn broer Leo. Bij de antenne zijn mannen bezig
met het monteren van de ontvanger. Deze radiotelescoop is in 1956 gebouwd door Werkspoor,
samen met Philips, het KNMI en een aantal Nederlandse universiteiten en sterrenwachten. Met zijn 30 meter hoogte was het
de grootste draaibare radiotelescoop ter wereld. In 1997 is het apparaat buiten gebruik gesteld; het onderzoekswerk
is volledig overgenomen door de radiotelescopen in Westerbork. De telescoop van Dwingeloo is nu in handen van
radiozendamateurs: www.camras.nl. |
Waar was jij toen de eerste man op de maan landde?
|
|
|
Trier, 21 juli 1969. Loc 023 099 vertrekt met een trein naar Koblenz. Dit was de eerste keer dat ik een loc Baureihe 23 in het echt zag. Op deze historische dag zetten twee Amerikaanse astronauten als eersten voet op de maan. Neil Armstrong, die deze zin misschien wel duizend keer had geoefend, versprak zich toen: "That's one small step for man; one giant leap for mankind." De bedoeling was om te zeggen: "That's one small step for a man..." Dat ene woordje maakt veel verschil. |
|
|
|
Utrecht, 14 maart 2009. Euronight 446, met rijtuigen uit Moskou, Praag en Kopenhagen, wordt op het Nederlandse traject getrokken door loc 1612. Het eerste rijtuig achter de loc is een Tsjechisch slaaprijtuig (WLABmz nummer 61 54 72-91 001) waarop een soort steelpan is geschilderd. Die steelpan is het symbool van het sterrebeeld Grote Beer. Als je de lijn door de twee rechter sterren naar boven doortrekt en daarbij de afstand tussen die sterren ongeveer vijf keer neemt, dan kom je uit bij de poolster. Dat is een handige ster om je op te oriënteren, omdat deze altijd op een vaste plaats aan de hemel staat. |
Zie ook: