KrokodillenVerzamelnaam van locomotieven met aan beide zijden een lange neus, zoals de Duitse E94 en verschillende Zwitserse, Oostenrijkse en Franse locs. |
|
|
|
Bad Ischl, 16 juni 1926. Oostenrijkse "Krokodil" 1100.004 staat gereed om een proefrit te maken. Op de locomotief staat de vader van Jenny Hess. Tussen de mannen voor de locomotief zou haar grootvader kunnen staan, maar dat weet ze niet zeker. Die grootvader werkte als ingenieur bij de Oostenrijkse spoorwegen. Jenny Hess is op zoek naar gegevens van hem. Wie kan meer over deze foto en/of locomotief vertellen? |
|
|
|
Flüelen, zomer 2004. Deze klassieke Zwitserse locs (14253 en 11801) werden bij toeval aangetroffen door Dolf Dijkstra en zijn vrouw. Terwijl ze aan het filmen en fotograferen waren, kwam er ook nog een gerestaureerd TEE-treinstel voorbij rijden, dat ze in de consternatie echter niet goed in beeld konden krijgen (zie inzet). |
|
|
|
Montreux, 1 augustus 2007. In het Swiss Parc Vapeur (www.swissvapeur.ch)
rijdt onder andere |
|
|
|
Wasserbillig, 14 juli 1969. CFL-loc BB-3615. Luxemburg, 19 juli 1969. CFL-loc BB-3603. |
|
De serie 3600 van de CFL is afgeleid van de serie BB 12000 van de SNCF. Tussen 1958 en 1960 zijn 20 locs gebouwd die onder de 25.000 Volt wisselspanning in Luxemburg en de met deze spanning geëlektrificeerde lijnen in België konden rijden. Deze Krokodillen waren eerst blauw, later bruin. Ze reden alle soorten treinen. Technische gegevens: twee tweeassige draaistellen, lengte 15,2 meter, gewicht 84 ton, vermogen 2650 kW, maximum snelheid 120 km/uur. De laatste loc van deze serie deed dienst op 10 december 2004, op 28 maart 2005 vonden afscheidsritten voor treinen van de normale dienstregeling plaats. Hiernaast een archieffoto van CFL 3620. |
|
|
|
|
Hazebrouck, 25 september 1970. Locs van de SNCF-serie BB 12000, het zusje van CFL-serie 3600. |
|
|
|
Kirchberg (Tirol), 20 juni 2006. ÖBB-loc 1020.17 met de "Nostalgiezug Giselabahn - Kitzbüheler Alpen" naar Zell am See. Achter de stoere krokodil hangen eenvoudige tweeassers. Foto John Hogaarts. |
|
|
|
Kaldenkirchen, 13 augustus 2006. Stoere loc met stoer personeel. De machiniste en eigenares van loc 194 158 heet Barbara Birgit Pirch. Dankzij haar is ook loc 221 135 bewaard gebleven. |
|
|
|
Nabij Kaldenkirchen, 13 augustus 2006. Loc 194 158 in voorspan met loc 23 042. Dit soort combinaties waren in de stoomtijd niet ongewoon, alleen wel een beetje overdreven bij een treintje als dit. Foto Gerard van Buuren. |
|
Die deutschen Krokodile. Ellok-Baureihe E93 und E94. Door Hans-Dieter Andreas en Manfred Herb. Verlag Wolfgang Zeunert, Gifhorn 1981. ISBN 3921237645. De eerste twee locs van de Baureihe E93, een zesassige loc op twee draastellen (asopstelling C'C'), werden in 1933 gebouwd door AEG. Tot 1939 werden 18 locs gebouwd. Van de vervolgserie, Baureihe E94, werden tussen 1940 en 1956 door diverse fabrikanten 285 exemplaren gebouwd. De E94 was sterker en sneller dan de E93. De locs werden vooral gebruikt voor het zware goederenvervoer in het zuiden van Duitsland of als opdrukloc bij steile hellingen, maar ze waren ook wel voor personentreinen te zien. Hun bijnaam krokodil danken dit soort locs aan hun lange neuzen. In 1968 werden de locs vernummerd in Baureihe 193 resp. 194 (in Oost-Duitsland 254). Van de E94 zijn na de oorlog 44 exemplaren in Oostenrijk achtergebleven. Deze zijn in 1953 door de ÖBB genummerd in de Reihe 1020. |
|
Zie ook: